Het ontstaan van Willemstad

 

De vroegste ontwikkeling van Willemstad is het best te reconstrueren door middel van kaarten. De eerste kaart hiernaast in de gallery dateert uit 1634 (Grondtekeninge), daarna een kaart uit 1707 en vervolgens een kaart van 1737. In 1634, ten tijde van de verovering door de Nederlanders op de Spanjaarden van het eiland Curaçao was “de Punt” (Punda) niet meer dan een vlak terrein, een schiereilandje van 7 hectare, begroeid met wat cactussen en struiken. In 1707 zag het er heel anders uit: Fort Amsterdam was gebouwd, ten noorden daarvan lag een stad, aan drie zijden ervan beschermd door een stadsmuur, met daarbinnen nauwe straatjes en steegen met verdiepingshuizen, veelal voorzien van een galerij.
Het bestuur en hoofdmacht van het garnizoen ging zich daar vestigen, waardoor het de belangrijkste plek op Curaçao werd. Direct na de verovering van Curaçao door de Hollanders werd hun kamp opgeslagen in het gebied waar nu de landhuizen Koningsplein en Pos Cabai liggen. Dat was juli 1634. Op de Punt werden wat verdedigingswerken opgebouwd. In maart 1635 begon men met de bouw van Fort Amsterdam. Het aantal inwoners bedroeg toen (oktober 1634): 50 Indianen en 412 “koppen”, waarvan de meeste militairen en matrozen. In 1651 kwam een eerste groep Joden onder leiding van Joa d Yllan aan en in 1659 kwam een relatief grote groep Joden onder leiding van Isaac da Costa over om zich te vestigen op Curaçao. Aanvankelijk vestigden zij zich ten noorden van het Schottegat bij Plantage De Hoop of het “Joodse Kwartier” en begonnen met landbouw. Vrij snel besloten ze zich toe te leggen op handelsactiviteiten en bouwden en kochten (pak)huizen in “Punda”, nabij het Fort. De eerste bewijzen voor de bouw van pakhuizen voor “negotianten” stammen uit 1664. In 1665 waren er 600 blanke bewoners op Curaçao, volgens directeur Matthias Beck.
Het eerste slavenschip “de Bontekoe” voer in 1657 met 191 Afrikanen de Annabaai binnen. In het midden van de jaren zestig van de 17e eeuw kwam een regelmatige stroom van slavenschepen aan die via Curaçao doorverkocht werden. Daarvan bleef een aantal op het eiland achter om op plantages en in de stad te werken. In 1717 werd een aantal van 135 vaste slaven “achter het Fort” genoemd. In die tijd kende de stad 214 panden.
Belangrijk voor de ontwikkeling tot stad was de beslissing van de Staten Generaal om – na de opheffing van de eerste West Indische Compagnie - de haven van Curaçao tot “open haven” te verklaren. Op 20 april 1675 werd dat besluit genomen. De haven werd opengesteld voor andere landen en particulieren om hier slaven of goederen te kopen. Dit besluit was van belang voor de ontwikkeling van Willemstad tot havenstad. Bij het Waaigat werd een deel van de binnenhaven gedempt en werden de stadmuren van het Fort tot het Waaigat doorgetrokken.
Deze muren bleven bijna 2 eeuwen het stadsbeeld bepalen. Ze werden in de jaren 1861-1864 gesloopt. Destijds had Otrobanda al meer inwoners dan Punda. De eerste wijken buiten de stadmuren waren Pietermaai en Scharloo. Bij het begin van de 20e eeuw, bij de opkomst van de stoomvaart, kreeg de haven van Willemstad weer een opleving doordat het zich tot kolen bunkerplaats ontwikkelde. Met de komst van de raffinaderij in 1915 brak een geheel nieuw tijdperk aan.

Meer info: Nationaal Archief Curacao

Publicatie: Van Punt en Snoa - B. Buddingh

Willemstad
In 1634, at the time of the conquest by the Dutch on the Spanish of the island of Curaçao, "De Punt" (Punda) was no more than a flat surface, a peninsula of 7 acres, covered with cactuses and shrubs. In 1707 it looked quite different: Fort Amsterdam was built and north of it a city has emerged. The city was protected by a wall on three sides. Inside the wall you could see a series of narrow streets and alleys with storey houses, often with a gallery.
The Construction of Fort Amsterdam began in March 1635. With the establishment of Government and garrison there, it became the most important place in Curacao. Merchants, many of them Jewish settlers, started to build their store houses north of Fort Amsterdam from 1664 onwards. The big boost for the city came after the Dutch declared the harbor an “open harbor” in 1675. That was after the dissolution of the First West Indian Company (WIC) and at the establishment of the second WIC. Willemstad was open for every country or individual to buy and sell products and … slaves. The first slave ship "the Bontekoe" entered the Annabaai in 1657 with 191 Africans on board. In the mid-sixties of the 17th century, a steady stream of slave ships arrived. Willemstad developed as a transit port. In 1717 a number of 135 slaves lived in the city, "behind the Fort." The city had 214 constructions in that period. City walls were erected from the Fort to the Waaigat after 1675. They were demolished in the years 1861-1864, due to rapid growth of the population. By then the other side of the Annabaai, Otrobanda, had more inhabitants then Punda. Pietermaai en Scharloo were the first neighborhoods outside Punda, outside the former city walls. At the start of the new century, with the advent of steam navigation, the Curacao harbor could develop as coal bunkering place. With the arrival of the Refinery in 1915 a new era started for Willemstad.

More info: National Archives Curacao

Publication: Van Punt en Snoa - B. Buddingh

de eerste kaarten van Willemstad